
We begonnen uiteraard in de buscentrale van Guadalajara, waar we ’s avonds laat een ijskoude bus namen naar Mexico City. Daar aangekomen, reisden we direct door naar Oaxaca, waardoor we meteen een fikse en misselijk-makende bergrit achter de kiezen hadden. In totaal zijn we zo’n 14u onderweg geweest, een goed begin voor een reis vol lange afstanden. Na een zoektocht naar de hostel, de rugzak op onze afgepeigerde rug, vonden we onze weg naar het centrum van de stad, met een gezellig plein, een coole kathedraal en mooie kerken en een veel Indiaansere uitstraling dat wat we gewoon zijn. ’s Avonds stonden we versteld van de kou en ik heb serieus gevloekt in mijn binnenste, dat ik niet genoeg warme kleren bijhad. De dag nadien verkenden we Oaxaca wat beter na het vers klaargemaakte ontbijt van eieren met hesp, twee schijfjes komkommer, zwarte bonen en een zogenaamde boterham. Oaxaca is wel mooi, en heeft een leuke binnenmarkt, waar we al eens konden omvallen van de verschillende vlees-, fruit- en andere geuren. Een tukje in de namiddag maakte de platheid een beetje goed en ’s avonds klopte ik Dorien big time met Yahtzee. Op zondag gingen we naar Monte Alban, een van de zovele archeologische sites in Mexico. We waren serieus onder de indruk en een piepklein beetje buiten adem wanneer we de grootste tempel van de hoop beklommen. Die avond namen we de nachtbus naar San Cristobal de las Casas. Freezing koud had ik het, en de bergen waren nog net dat tikkeltje misselijk-makender.
In San Cristobal, dat een stuk hoger gelegen is, was het koud-koud-koud. Ik voelde me bijna in Belgie, maar dan zonder verwarming, wat maakte dat mijn kippenvel mij niet verliet van ’s morgens tot... de dag nadien ’s morgens. In onze hostel kregen we een kamer met vier bedden voor ons twee, met badkamer en een terrasje met hangmat, jiha! Aan de Santo Domingo-kerk ontdekten we het coolste marktje ooit, met mega-goedkope en vooral mooie spullen. Op de markt kochten we tomaten en een advocado, die we aansneden met mijn bloedgroepkaart. San Cristobal zelf is ook de moeite, met smalle straatjes, mooie kerken, veel Indiaanse verkopers en opnieuw een andere sfeer dan we gewoon zijn.

De dag nadien stonden we vroeg op, met grootse plannen. We wilden op en af naar Guatemala reizen om ons bijna verlopen visum te regelen. Omdat de reisbus net vertrokken was, stapten we in een “colectivo”, gedeelde taxi’s om minibusjes, wat uiteraard veel goedkoper is. Wat volgde was waarschijnlijk de mooiste autorit die ik tot nu toe heb meegemaakt. Aan de grens gekomen, een paar taxi’s verder, botsten we op een valse Guatemalteek, of hoe zeg je dat, die ons eventjes wou afzetten. Omdat we geen keus hadden – we moesten diezelfde dag echt wel terug naar San Cristobal – hebben we onze allereerste betaling onder tafel gedaan. Het stond me niks aan. Enfin, we hebben onze 180 extra dagen Mexico gekregen en we zijn heelhuids teruggeraakt in San Cristobal. Onderweg had ik nog het geluk om een gigantische regenboog te zien, waar ik duchtig foto’s van heb kunnen trekken. Die avond en de volgende dag genoten we nog van San Cristobal, maar daarna hadden we het wel gehad in die vrieskou. Tijd voor oceaan, hitte en vochtigheid!

In de nachtbus richting Puerto Escondido, 14 uur verder, zat het koppel voor mij zo ver met hun stoel naar achter, zodat ik het gepresteerd heb om mijn bril kapot te krijgen. Ik hoop op hulp van mijn verzekering... Puerto Escondido leek ons al snel een toeristische surfersstad te zijn, waardoor we besloten de bus te nemen naar Mazunte, een verlaten paradijselijk strand met niet meer dan hutten en huizenhoge golven. Bij onze eerste zwembeurt verdronken we bijna, wat mij een gigantische lachbui en een beetje schrik opleverde. We sliepen al vroeg, na onze romantische date op het strand bij kaarslicht, onder ons muskietennet, met golvengeluid op de achtergrond. De dag nadien moesten we vroeg opstaan om - je raadt het nooit – te gaan zwemmen met zeeschildpadden. In een bootje waar normaal gezien 12 toeristen inzitten, gingen Dorien en ik als enigen om half 7 ’s morgens op weg met twee vissers in ons gezelschap. We visten op tonijn en dorados, waarvan ik de binnenkant ook eens mocht voelen. We zagen miljarden dolfijnen en zeeschildpadden, vlak bij ons bootje, zagen de zon tevoorschijn komen en mochten dan ook eens zwemmen met een schildpad, enorm cool. Nadien gingen Dorien en ik snorkelen, terwijl de vissers rustig op ons wachtten in hun boot. Het was even zoeken hoe we in hemelsnaam dat zwemvest moesten aankrijgen in het water en hoe we ervoor moesten zorgen dat er geen water in de adembuis kwam, maar we hebben uiteindelijk toch een school vissen gespot, waar we heel trots op waren. De rest van de twee dagen aan zee genoten we nog van de zon, het zand op plaatsen waar je het liever niet hebt, de vuile wc’s, door te spoelen met een emmertje water, en de duizenden verkopers, die soms ook wel interessant waren.

Van Mazunte namen we de colectivo richting Pochutla, waar we de bus zouden nemen naar Mexico City, 12 uur lang. In de colectivo leerden we dat er altijd meer mensen kunnen vervoerd worden dan wat op het eerste gezicht lijkt en – nog maar eens – dat Mexicanen heel behulpzaam zijn. De bus naar Mexico City was een hel. Ik vraag me nog altijd af hoe die man zijn buschauffeur-diploma behaald heeft. In Mexico stapten we meteen op de bus naar Morelia, 5 uur verderop. In Morelia aangekomen, 24 uur onderweg, namen we een taxi om naar de hostel te gaan. De taxichauffeur was nogal bruut en er was veel verkeer, wat resulteerde in... een accident, jiha! Gelukkig was het niet zo hard en heeft niemand er iets aan overgehouden, dus konden we er nog wel mee lachen. Morelia viel wel mee, maar weer: die koude! Ook de hostel viel niet zo heel erg mee, dus na een nacht hadden we het wel gehad, al is Morelia echt wel mooi.

We vertrokken dus naar Patzcuaro, onze laatste stop voor Guadalajara, our home. Daar belandden we in een heel erg coole hostel, meer een huis eigenlijk, met drie kamers en een gedeelde keuken en een gezin waarmee we dat alles deelden. Patzcuaro heeft een mooi meer in de buurt, waarop we de dag na aankomst, vergezeld door muzikanten, in een bootje zaten te dobberen, op weg naar een van de eilanden. We beklommen het eiland naar de top, waar een beeld staat van een verzetsheld, dat je ook weer kan beklimmen en vanwaar je een cool uitzicht hebt. We aten enchiladas in de zon en verbaasden ons over het gemak waarmee wij in Mexico ronddwalen, al bijna acht maanden lang. Die avond besloten we dat het tijd was om terug te keren naar onze Mexicaanse thuis, om daar onze laatste twee weken in alle rust door te brengen en om uitgebreid afscheid te kunnen nemen.

Het moment dat we, de dag daarop, Guadalajara binnenreden met de bus, voelde nu eens echt als thuiskomen. Raar hoeveel thuizen je kan hebben op de wereld en ik ben enorm benieuwd naar het gevoel dat ik ga hebben als we landen in Belgie. Hier in de wijk slapen we nu in het kamertje op de patio van ons ex-huisje. We moeten niet meer gaan spelen met de kindjes, dus hebben we heelder dagen om langs te gaan bij mensen, uitstapjes te doen naar het centrum, fotoboeken te maken, feestjes te plannen, laatste cenas mee te maken met de familie en nog veel meer. We genieten van de laatste Mexicaanse zonnestralen en we hopen dat dat genoeg zal zijn om de rest van de Belgische winter door te komen.
Nos vemos muy pronto, ya tengo muchas ganas de verlos!
Besos,
Lore






















