woensdag 10 september 2008

Over mitrailletten en poncho's

Het is al september, wat betekent dat we de vier maandengrens overgestoken zijn. Als we nu terugdenken aan de periode dat we hier pas waren, kunnen we niet anders dan bedenken hoe moe we toen rondliepen. Alles gaat nu veel meer vanzelf, het Spaans is geen moeilijkheid meer (al maken we nog veel fouten), je weet naar waar je moet om dingen te regelen. Ondertussen begint de grond hier al lichtjes op te warmen onder onze voeten. De volgende vrijwilligers zijn gekozen en worden in sneltempo klaargestoomd.


Tussen het vorige verslag en nu is er alweer enorm veel gebeurd. We entertainden vele kindjes, we maakten een reuze-Twister en speelden ermee, speelden een cowboy-spel, knutselden slangen van papieren bordjes, boetseerden trollen en elfen met plasticine, maakten vlinders en vliegtuigen, en supercoole maskertjes. We zijn ook opnieuw begonnen met lesgeven in het vijfde en zesde leerjaar van het schooltje van Artesanos. In het zesde leerjaar zitten de kinderen waaraan we vorig schooljaar in het vijfde lesgaven, wat het wel heel fijn maakt. We zijn van plan om nog twee grote thema’s te bespreken: gezonde voeding en afval, dingen die hier van groot belang zijn.


Mijn eerste Mexicaanse verjaardag is ook gepasseerd, en dat hebben we geweten. De 13e vierden we bij de familie van Memo met taco’s en worteltaart, wat heel lekker blijkt te zijn. De 14e kreeg ik een fles tequila en puree met kaarsjes van Dorien en vierden we ‘s avonds de verjaardag van Doña Luz en van mij met pizza en echte Mexicaanse pastel (taart). Vrijdag was onze familie aan de beurt, wat ook heel gezellig was, opnieuw met pizza en taart. We hebben met andere woorden even genoeg taart gezien voor een maand of twee. Die zondag zijn we naar het afscheidsfeestje van Louis en Betty geweest, die ondertussen alweer in Belgie zijn. Het was een super-Mexicaans feest, op een patio, onder een luifel, met barbecue, veel eten, veel bier en tequila.


De zondag nadien zijn we dan naar het dorpje Tequila, een uurtje verderop, gegaan met Leo en Carmen. Daar bezochten we de tequilabrouwerij van Jose Cuervo, een superbekend tequilamerk. De gids spurtte nogal snel door de fabriek en praatte als een sneltrein in het Spaans, maar we hebben nu toch een basiskennis tequilabrouwen en –proeven. Een prestatie, op een zondag om 10u ‘s morgens… Na de brouwerij zijn we naar een vriendin van Carmen en Leo gegaan, die ook Lore(na) heet en in tequila woont. Samen met haar zijn we gaan wandelen in agave-velden, de plant waarvan tequila gemaakt wordt. Amai, dat was sjiek, en het heeft ons supermooie foto’s opgeleverd.


Maandag stonden we opnieuw vroeg op om met Esperanza de berg van Lomas (waar we ook spelen) op te wandelen tot aan de top. Na een wandeling van een uur of twee door keimooie natuur, vol wilde salie, anijs en andere kruiden, kwamen we aan op de top van de berg, waar je een uitzicht hebt over de hele stad. Zo mooi jong, niet normaal. Voor ik naar huis ga, wil ik nog eens vanboven op die berg gestaan hebben. In een vulkaanput aten we onze broodjes met ei op, langs twee dudes die schietoefeningen aan het doen waren met hun mitraillette. Nadien stapten we terug naar beneden, waar ik twee open blaren ontdekte op mijn tenen.


In de week nadien heeft Elie, de schoonzus van Memo, mijn haar geknipt. Door het chloor-water hier, het andere eten, de zon en de droogte, was mijn haar aan het uitvallen bij bossen. Ondertussen neem ik vitaminen van moeke en was ik mijn haar met tomatenshampoo, in de hoop dat mijn haar zich snel herstelt en groeit als was het onkruid.

Vorige zaterdag was dan de langverwachte dag aangebroken en zat ik in de buscentrale te wachten op Natalie, Jeroen en Hanne. Zij waren al twee weken op reis in Mexico, maar kwamen nu bij mij op bezoek. Het weerzien was heel raar voor mij, en emotioneel ook. In de bus op weg naar ons huisje, kregen ze al meteen een welkomsgeschenk: een regenbui van formaat, met bijhorende blankstaande straten. Het feit dat het dakraampje van de bus niet dicht ging en dat Hanne dus een beetje zielig in haar poncho op de achterbank van de bus zat, zorgde voor een beeld in mijn hoofd dat er niet snel uit zal gaan. Na de natte busrit stapten we naar ons huisje, wat meteen ook voor doorweekte voeten zorgde. Die avond gingen we langs bij Memo, waar Guille ons de beste burritos voorschotelde, en bij onze familie. Zij stelden ons voor om even langs hun huis te rijden dat ze aan het bouwen zijn, om de hond eten te gaan geven. Zo konden las Belgas ook eens achteraan in de laadbak van een camioneta zitten. We waren nog maar vijf minuten weg, toen de tweede stortbui van de dag uitbrak, en wij in geen tijd weer doornat waren. Mexico is een land van avonturen…


Zondag bezochten we met z’n vijven het centrum van Guadalajara, waar we op terrasjes genoten van de zon. ‘s Avonds gingen we op bezoek bij Carmen en Leo. Maandag gingen we nog eens naar Tequila, waar ik voor de tweede keer de brouwerij bezocht, deze keer in het Engels. Nu kan ik mijzelf stilaan toch wel een tequila-expert noemen, denk ik. ‘s Avonds dronken we een pintje op de patio en brachten we een bezoekje aan Memo en zijn familie. Die nacht ontdekte Natalie een dodelijke spin in de hoek van hun kamertje, wat voor lichte slaapstoornissen zorgde. Dinsdagochtend wandelden we naar Lomas om Esperanza te bezoeken en in de namiddag speelden we met de kindjes van San Jose, die blij waren dat ze nog eens andere Belgische gezichten zagen. ‘s Avonds was het cena (avondeten) met de familie, wat ook heel gezellig was. De familie heeft me ondertussen laten weten dat ze mijn vrienden heel “buenas personas” vonden.

Woensdag vertrokken Natalie, Hanne, Jeroen en ik met de bus naar Guanajuato. We waren meteen serieus onder de indruk van het schattige stadje, vol kronkelstraatjes, kleurige huizen, bergen en tunnels. Voor mij was het vooral wennen dat ik er niemand bekend kon tegenkomen en dat de mannen niet floten of riepen wanneer we voorbijwandelden. Ons hotel werd gecheckt en goedgekeurd, en we vertrokken, de fruitbeker in de hand, naar het museum van de Mummies van Guanajuato. Daar staan enorm veel dode mensen, inclusief huid en haar, die op natuurlijke wijze gemummificeerd zijn. Een beetje vies, eerlijk gezegd. Het museum van de dodencultuur was dan weer lachwekkend en typisch Mexicaans, meer een slechtgemaakt spookhuis dan een museum. Nadien wandelden we door de straatjes, bezochten wat kerkjes en een overdekte markt, en zetten ons op een terrasje, onder een stralend blauwe hemel, waar Natalie als een echte paparazzi foto’s nam van enkele oude mariachi’s. We drongen binnen in het justitiepaleis en beklommen de trappen tot op het dak, waar ons weer een fantastisch stadsuitzicht wachtte. ‘s Avonds at ik zalm (daar zat ik nu al vier maand op te wachten) met zicht op mariachi’s en een dansende bomma. Vakantie, het is me wat…


De volgende dag bezochten we San Miguel de Allende, anderhalf uur verderop. We zagen kunstgallerijen en nog meer kunstgallerijen, in mooie straatjes. Tegen de late namiddag keerden we terug naar Guanajuato. Met een maiskolf of –potje in de hand wandelden we daar tot aan het beeld van Don Quijote, die bekropen werd door een meisje met een te klein t-shirt. Na een lange zoektocht aten we in de donkerste nis van een restaurantje, met een ober die weggelopen leek uit Harry Potter. De avond eindigde op een terrasje met een margarita, de mariachi’s van ons afslaand, de tekenende man druk bestuderend.


Onze laatste dag van de vakantie brak al aan, en deze begon met het ontdekken van een schorpioentje aan de schoenen van Jeroen. Het beest zo plat als een vijg achterlatend in de bloembak van het hotel, gingen we met de wankele kabellift naar Pipila, een beeld van een vrijheidsstrijder bovenop een berg. Daar bekeken we Guanajuato van bovenaf, waarna we met bibberende beentjes naar beneden stapten, richting ontbijt. Het ontbijt was een lichte flop, want mijn fruit bleek overgoten te zijn met aardbeienyoghurt, en als er iets is dat ik niet lust… Nadien zochten we met succes naar souveniertjes en toen kwam de tijd van het afscheid wel heel dichtbij. Tegen het raampje van de bus geplakt, zwaaide ik mijn arm eraf en toen was mijn vakantie voorbij.



Het weerzien met Dorien was alsof we elkaar drie weken niet hadden gezien in plaats van drie dagen en dat vierden we met pannenkoeken op Doriense wijze. ’s Avonds gingen we met de guys naar de bar met de knappe barman. Zaterdag mochten we mee met de familie naar het doopfeest van een neefje, waar we onze beste banda-passen nog eens konden bovenhalen en ’s avonds zetten we het feest verder met Memo en zijn vrienden in een karaokebar. (Wie gaat er mee naar de Beethoven als ik thuis ben?) De avond had een minder gezellig einde dan het begin, want toen Memo indraaide op de oprit van een van zijn vriendinnen, werd zijn auto achteraan aangereden door een andere dude. Aan Memo’s auto zie je bijna niks; de andere auto was er wat slechter aan toe. Gelukkig was er niks aan de hand met iedereen die in de auto zat, afgezien van wat blauwe plekken, bulten en het verschoten zijn.

En zo zijn we weeral bij vandaag. Morgen is mijn weekje vakantie alweer gedaan en beginnen we weer te spelen. Vandaag kwamen we erachter dat het nog maar 7 weken duurt voor de nieuwe vrijwilligers hier aankomen en dat gedacht voelt heel raar. Er staat ons in die tussentijd nog heel wat te wachten, te beginnen met de belangrijkste nationale feestdag van Mexico: 16 september. De Mexicaanse vlaggen worden al van onder het stof gehaald en op elke straathoek, in elke auto en in elk kapsel tentoongespreid. We zijn benieuwd naar het feest en genieten volop van onze tijd hier.

Tot snel!
x Lore

3 opmerkingen:

Unknown zei

Den Beethoven? It's a date, babe !!!

Liesje zei

Ik ga ook mee! En die banda passen, daar wil ik me ook wel eens een avond aan wagen.
Dikke kus,
Liesje

Unknown zei

karaoke? dan doen ik ook mee!
ge kent toch die mop van dat konijn en die worteltaart he. ik ga er vanuit van wel, en anders laat ge het maar weten.
het toeval wil dat het vandaag net mexicaanse avond was in onze fakbar. corona en tequila, olé!
zonnige groeten uit leuven,

maarten